Willekeurig een boek ter hand nemen en aan het lezen slagen, kan verrassende gevolgen hebben. Men kieze een dun ogend boekje en gaat verder af op de Hongaarse roots van de schrijfster in de veronderstelling een namiddagje door te brengen in een voor de lezer weinig bekende wereld. De 8 korte hoofdstukken echter laten zich niet wegmalen binnen het tijdsbestek van een vluchtige zomermiddag.
Elk hoofdstuk blijft aan je huid en ziel kleven, wil je verdergaan dan moet je het eerst weten los te wrikken. Het is dus geen hapklare brok, maar heeft gecompliceerde en getroebleerde personages in zich die je volledige aandacht opeisen. Spilfiguur is Lucas, die aan de rand van een verlaten grensstad woont in een totalitair regime.
De beknopte en nuchtere vertelstijl van Lucas toont de ellende van hemzelf en de andere onderdrukte bewoners als een gapende wonde. De geestelijk gebroken jongeman kruist de paden van zijn medebewoners aan wie hij ondanks zijn eigen precaire conditie nog enige vorm van verlichting weet te bieden.
Het Bewijs is trouwens deel twee van een trilogie, maar kan probleemloos afzonderlijk gelezen worden.