Wat Osman - de protagonis van het verhaal - wakker schudt, wordt al bij de openingszin geopenbaard: "Op een dag las ik een boek en mijn hele leven veranderde". Het onbestemde gevoel van onvoldaanheid en de zelfvervreemding die zijn dagelijkse, routineuze leven teweegbrengt, wordt plots concreet gemaakt door een boek dat hem koud uit zijn somnambulisme mept. De open weg lonkt en het is een verslavend genot om Osman en diens vriendin te vergezellen op hun eindeloze nachtelijke busritten.
Eerst zijn het enkel de Hollywoodfilms, die de busreizigers continu verstrooiing aanbieden, maar later groeit de Westerse invloed en komen endogene waarden onder druk te staan. Alle voornaamste personages worden zonder twijfel geraakt door de veranderende culturele achtergrond maar de reacties lijken een nostalgisch teruggrijpen naar authentieke waarden niet te overstijgen.
De zoektocht van Osman naar een verborgen waarheid is daardoor een boeiend en universeel verhaal, maar bevat geen analyse van hoe twee culturen - zij het slechts aftastend, dan wel verzoenend of botsend - naast en met elkaar kunnen bestaan. Dit laatste gebeurt bijvoorbeeld wel in Een Verre Kusts van Caryl Phillips.