Heerlijk is het, wanneer schrijvers hun macht en beheersing over de taal uitstallen door verschillende vertellers met elk hun eigen ideeën en karaktertrekken gekerfd in elk van hun taaluitingen aan het woord te laten. De Verzamelaar kent twee lijnrecht tegen over elkaar staande vertellers. Enerzijds is er Frederick Clegg, het eponieme hoofdpersonage van het boek, verzamelaar van opgezette vlinders en bezitter van psychopathologische verschijnselen die met het juiste duwtje in de rug een doodnormaal leven kunnen doen ontaarden in een amoreel schouwspel. Anderzijds maken we kennis met Miranda, een sentimentele en zoekende kunststudente die het ongeluk treft in Clegg’s toneelopvoering van diens ziekelijke droom te worden opgenomen.
De twee personages zijn rijk en veelzijdig genoeg om als lezer niet het gevoel opgedrongen te krijgen dat je een keuze moet maken ten voordele van één van beide. Frederick – en diens beleving van de ontvoering – is meer dan de weergave van een gestoorde man, en ook Miranda beperkt zich allerminst tot de rol van alleen maar sympathie opwekkend slachtoffer.